Probleemstelling of uitdaging waar het project op inspeelt
Een mondiale evolutie naar meer aquacultuur ....
De vraag naar vis en aquafood stijgt, zowel mondiaal als regionaal met een gemiddelde stijging van 50-100% tot met 2020. Op dit moment kunnen wij ervan uitgaan dat de mondiale vraag dan ongeveer 70-80 Mio ton zal bedragen. Daartegenover staat een dalende aanvoer van gevangen vis omdat binnen Europa de zeevisserij economisch en ecologisch zwaar onder druk staat. Ook traditionele methoden van extensieve aquacultuur staat onder druk zoals de mosselteelt buitendijks in gebieden zoals de Waddenzee en de Schelde (uitspraak van de Raad van State 2007 over mosselzaadinvang vergunningen). Deze ontwikkelingen brengen met zich mee dat aquacultuur mondiaal maar ook regionaal verder ontwikkeld moet worden.
In het kader van deze ontwikkelingen is het belangrijk dat niet alleen productiemogelijkheden van vis en schelpdieren maar ook afzet, marketing en opleiding mee opgenomen moeten worden om een duurzame ontwikkeling van aquacultuur te waarborgen. De ontwikkeling van een duurzame aquacultuursector, ingepast in een regionale markt- en kennisomgeving, is bijgevolg dé uitdaging van voorliggend project.
.... een uitdaging voor de Grensregio Vlaanderen-Nederland
In de Grensregio Vlaanderen-Nederland leveren de productie, verwerking en handel in vis, schelpdieren en recent ook zilte groenten, een belangrijke bijdrage aan de economie en de voeding. Zowel vanuit consumptief oogpunt (toenemende vraag) en vanuit economisch perspectief (werkgelegenheid), maar ook vanuit historisch perspectief (traditionele kennis en kunde) is het belangrijk dat ook in de toekomst voldoende aanbod van deze producten gewaarborgd blijft. Met het oog op de toekomst dient dit aanbod uiteraard zowel economisch, ecologisch als sociaal verantwoord en duurzaam gerealiseerd te worden. De aquacultuur sector binnen de Grensregio heeft concreet verschillende problemen.
De schelpdiersector heeft door de recente uitspraak van de Nederlandse Raad van State te maken met beperkingen voor het oogsten van mosselzaad, welke noodzakelijk is voor de productie van mosselen. De productie van mosselen in broedhuizen op het land is beperkt door hoge mortaliteit en lage groei. Dit maakt deze manier van mosselzaadproductie economisch niet haalbaar op dit moment.
Visteelt binnen de Grensregio maakt op dit moment vooral gebruik van recirculatiesystemen. Deze technologie is op zich wel duurzaam door laag verbruik van energie en water en lage emissies van nutriënten, maar ook niet zonder problemen. De sector is vooral in Vlaanderen nog niet sterk ontwikkeld en er is een gebrek aan demonstratiemogelijkheden om deze technologie te introduceren.
Ook is het nodig om aandacht te hebben voor een verdere diversificatie van soorten om de afzet van de productie naar regionale streekmarkten te waarborgen. Een keuze voor een nieuwe soort zal dan ook uiteraard veranderingen en adaptaties binnen bestaande recirculatiesystemen eisen. Deze keuze moet verder vanuit de markt onderbouwd worden, volgens het concept van Fork (consument) naar Farm (productie) en niet zoals in het verleden van Farm naar Fork. De markt is dus sturend voor de keuze van een nieuwe soort of productiemanier en niet de producent. Op vandaag is er echter nog maar beperkt inzicht in wat de markt precies wil. De ondernemers die geïnteresseerd zijn om te starten met aquacultuur staan veelal ver van deze markt af en hebben er weinig inzicht in.
Een ander probleem zijn de afvalstromen van deze recirculatiesystemen. Gebrek aan afvalverwerking en het niet hergebruiken van nutriënten zijn een probleem wat de duurzaamheid van deze systemen beperkt. Grondsmaak van vissen uit recirculatiesystemen vormt een ander probleem voor de acceptatie van het product bij de consument en het welzijn van de vissen (wanneer het gaat over de maatregelen ter voorkoming van de grondsmaak). Tot op heden zijn er nog geen technieken beschikbaar om grondsmaak te voorkomen. Vissen moeten aan het eind van de productiecyclus enkele dagen of weken in schoon water zonder voer zwemmen om de grondsmaak kwijt te raken.
Groene zilte teelten zijn als streekproduct geassocieerd met de aquatische productie binnen de Scheldedelta. Traditioneel worden deze zilte groenten, en dan voornamelijk zeeaster (Aster tripolium) en zeekraal (Salicornia europea), in ‘het wild’ gesneden op de Zeeuwse en Picardische schorren. De zilte groenten genieten toenemende bekendheid in de lokale keuken met een stijgende vraag naar deze producten tot gevolg. De wildsnij van deze groenten wordt echter in toenemende mate beperkt met het oog op de bescherming van de zilte vegetatie in kwetsbare gebieden. Daardoor heeft de vraag het aanbod al ingehaald.
Er ontstaan kansen voor een volwaardige teelt van deze groenten. Er zijn enkele individuele initiatieven om deze groenten effectief te telen, maar vanuit teelttechnisch oogpunt kunnen nog belangrijke optimalisaties gebeuren die leiden naar grotere productiviteit en oogstzekerheid, in het bijzonder voor de teelten buiten het normale wildsnijseizoen. Ook hier is het nodig om de toegang van Fork naar Farm te realiseren om een duurzame markt voor deze groenten te ontwikkelen.
Om in de Grensregio een levensvatbare aquacultuursector te realiseren is het verder noodzakelijk dat er, naast het ontwikkelen van technische kennis en systemen, voldoende gekwalificeerd personeel en jonge ondernemers zijn vanuit verschillende disciplines. Op dit moment ontbreken deze mensen, wat een echte belemmering voor de ontwikkeling van de sector is. Dit probleem werd aangetoond tijdens een aquacultuur workshop in Enkhuizen (21-4-2008 en 22-4-2008) waarbij de meerderheid van de sectorverantwoordelijken aangaf dat dit één van de hoofdproblemen is voor een sociaal duurzame ontwikkeling van de sector.
Ondersteund door een lokale beleidsvisie
Op 5 juli 2005 werd binnen de vakgroep landbouw van de Scheldemondraad de Beleidsnota Aquacultuur goedgekeurd waarin er duidelijk voor geopteerd wordt de potentialiteit van de regio voor de ontwikkeling van de aquacultuursector te onderzoeken en te ondersteunen. Concreet resultaat van deze beleidsnota was de interregionale themadag aquacultuur op 26 september 2007. Daarnaast werd binnen de Scheldemondregio er duidelijk voor geopteerd prioriteit te geven aan een Interregproject dat tot doel heeft te werken aan een oplossing voor de belangrijkste problemen van de aquafood-sector binnen de Grensregio: markt, productietechniek en opleiding op het gebied van schelpdieren, vissen en zilte groenten.
Voorliggend projectvoorstel is hier het antwoord op. Als resultaat verwachten wij dat praktijkgerichte oplossingen voor deze problemen in de sector gerealiseerd kunnen worden.
Doelstellingen van het project
Dit project beoogt oplossingen uit te werken voor de verschillende kritische succesfactoren die er zijn opdat de schelpdier- en vissector, de zilte groenteteelt zouden kunnen uitgroeien tot duurzame economische activiteiten binnen de regio, volgens het principe van Fork naar Farm.
Het faciliteren en intensifiëren van de kennisoverdracht binnen de driehoek kennisinstelling, onderwijsinstelling en bedrijven te intensiveren zijn hierbij essentiële instrumenten.
Om deze doelstellingen te bereiken worden binnen het partnerschap de krachten van kennisinstellingen en bedrijven in de Grensregio Vlaanderen-Nederland gebundeld.
Binnen vier activiteiten (schelpdierteelt hatchery, visteelt, zilte groenten en onderwijs) heeft het project de onderstaande concrete doelstellingen om dit algemeen streven te bereiken:
Schelpdierteelt- Hatchery (Activiteit 1)
De existentie van schelpdier broedhuizen wordt volledig bepaald door de economische rendabiliteit. De introductie van innovatieve duurzame technieken die belangrijke besparingen opleveren en de kwaliteit en kwantiteit van geproduceerde dieren bevorderen, spelen een cruciale rol in het voortbestaan van dergelijke ondernemingen.
Het hoofddoel van dit projectonderdeel is de rendabiliteit van een schelpdierhatchery/nursery te verbeteren door de zaadproductie te verhogen dankzij lagere mortaliteit en snellere groei.
Duurzame Visteelt (Activiteit 2)
Aquacultuur breidt zich mondiaal in snel tempo uit als antwoord op de grote vraag naar vis en ander seafood. Binnen Europa en speciaal in de Grensregio Vlaanderen-Nederland loopt het zo’n vaart niet: de commerciële sector is er tot nu toe relatief klein door de beperkt ontwikkelde markten voor een beperkt aantal soorten binnen de regio.
Doelstelling van deze activiteit is om die randvoorwaarden te identificeren en weg te werken die de ontwikkeling van een duurzame visteelt in de Grensregio Vlaanderen-Nederland in de weg staan. Concreet gaat het enerzijds over kennisontwikkeling rond de markt, de potentieel interessante vissoorten en hun teelttechniek, de duurzame teeltmethodieken en de bedrijfseconomische balansen. De unieke kennisexpertise rond duurzame aquacultuur in de regio wordt hiertoe ingezet.
Anderzijds is er ruime aandacht voor communicatie en kennisoverdracht ten aanzien van alle schakels binnen de productieketen van gekweekte vis. In het bijzonder is het de bedoeling om het concept van de duurzame viskweek in de regio als economische driver onder de aandacht te brengen bij potentiële ondernemers en consumenten.
Zilte Groenten (Activiteit 3)
Er is op vandaag duidelijk een voedingsbodem aanwezig binnen de projectregio voor de ontwikkeling van de teelt van zilte groenten.
Op vandaag zijn het aantal concrete initiatieven evenwel beperkt. Omdat het hier gaat over enkele individuen, is er ook weinig draagvlak en middelen om de teelt teelttechnisch op punt te zetten. Het optimaliseren van de teelttechniek zal een positieve impact hebben op de teeltzekerheid en de rendabiliteit. Ook een diversificatie naar andere types zilte groenten, kan de bedrijfszekerheid verhogen.
Deze activiteit heeft tot doel de teelttechniek op punt te stellen, enerzijds voor de teelt in natuurlijke zilte condities, anderzijds voor de teelt onder afdekking buiten het normale groeiseizoen en het gamma geteelde zilte groenten te differentiëren naar nieuwe soorten en deze ook te demonstreren. In het bijzonder omtrent differentiatie naar soorten en producten wordt gewerkt vanuit het Fork to Farm principe en wordt met andere woorden de volledige keten betrokken.
Onderwijs (Activiteit 4)
Om in de Grensregio een levensvatbare aquacultuursector te realiseren is het noodzakelijk dat er, naast het ontwikkelen van technische kennis en systemen, voldoende gekwalificeerd personeel en jonge ondernemers zijn vanuit verschillende disciplines. Deze mensen moeten er voor zorgen dat de kansen die er op aquacultuurgebied zijn, gegrepen worden en zij zijn dan ook de aquacultuur innovatoren van de nabije toekomst. Daarnaast is er een groep voorlopende ondernemers in de aquacultuur met kennis- en praktijkvragen in verband met uiteenlopende (technische) gebieden, die moeite heeft met het vinden van ondersteuning voor hun bedrijfsvoering. In dit deelproject wordt gefocusseerd op het opleiden (scholen) van toekomstige ondernemers/ betrokkenen in de aquacultuur en het bieden van een platform/ infrastructuur voor het beantwoorden van kennisvragen die bestaande en beginnende aquacultuurondernemers hebben.
Doelgroep(en) van het project
Het voorgestelde project heeft door zijn diverse karakter verschillende doelgroepen:
a) Potentiële en bestaande kwekers van schelpdieren, vissen en zilte groenten
Omdat dit project de teelten van verschillende producten van Fork naar Farm doorlicht en daarmee de marktkansen van de teelten van verschillende soorten verkent, is dit project bedoeld voor bestaande kwekers die de eigen productiestrategie wensen te verbeteren en voor ondernemers die interesse hebben om in de sector in te stappen.
De concrete verbeteringen van productieprocessen binnen de schelpdier- en visteelt alsook van de zilte groenten, de diversificatie van productiemethoden en soorten en de verbeteringen van producten maken de uitkomst van dit project attractief voor deze groep. Deze doelgroep zal vooral door de workshops, kennis loket, de demonstraties van nieuwe technieken (op bedrijven en bij kennisinstellingen), zoals voor mestverwerking, nieuwe soorten, productiesystemen, zilte proefvelden en onderwijs ruimtes aangesproken worden.
b) Vissers en agrariërs die zich wensen te heroriënteren
Door de veranderingen in de vissector en ook binnen de agrarische sector is het belangrijk voor deze groepen om alternatieven te verkennen voor de eigen commerciële toekomst. Deze alternatieven kunnen uiteraard liggen binnen de aquafoodsector. Dit project verkent de kansen voor deze sectoren binnen de aquacultuur en biedt vooral veel objectieve en onderbouwde informatie aan deze sectoren omtrent de diverse vormen van aquacultuur, zodat een overstap van visserij of landbouw naar aquacultuur niet meer een volledige stap in het onbekende is.
Er is ook aandacht voor individuele begeleiding. Deze doelgroep zal vooral door de workshops, kennis loket, de demonstraties van nieuwe technieken (op bedrijven en bij kennisinstellingen), zoals voor mestverwerking, nieuwe soorten, productiesystemen, zilte proefvelden en onderwijs ruimtes aangesproken worden. Een verdere belangrijke rol spelen hier de marktonderzoek en de economische modellen die deze doelgroep bij de besluitvorming om naar aquacultuur over te stappen ondersteunt.
c) Retail organisaties
Omdat dit project het concept Fork naar Farm volgt, kunnen retail organisaties hun inbreng hebben in de duurzaamheidcriteria van de productie. De eisen van GLOBALGAP reeds bij aanvang van de productie meenemen, geeft aan de retailers de kans om deze producten makkelijker op de markt te brengen. Door de retail actief bij het project te betrekken, is de toekomst voor de producerende sector beter in te schatten en het resultaat is een sector die op lange termijn op een duurzame manier bezig is. Op die manier zijn de retailers verzekerd van de aanvoer van kwaliteitsvolle producten.
Anderzijds biedt het project de mogelijkheid tot een bewustmakingscampagne bij de retailers dat er wel degelijk duurzame aquafood vanuit de eigen regio aan hen kan aangeleverd worden die bovendien vaak naar specifieke nichemarkten gericht zijn met een hoge toegevoegde waarde. Door de connectie van werk over de markt en marktperspectieven gekoppeld aan duurzame productie worden binnen de dialoog met retailorganisaties ook nieuwe marktperspectieven voor producten uit de grensregio creëert.
d) Productschappen, Producentenorganisaties en landbouworganisaties
Binnen de schelpdier- en vissector is het belangrijk dat de productie op een duurzame manier gebeurt en dat de sector zich op een duurzame manier ontwikkelt. De Nederlandse Productschappen zijn als vertegenwoordigers van de producenten uiteraard geïnteresseerd om een algemeen geaccepteerde productie op een duurzame manier te realiseren en op die manier de toekomst van de sector te waarborgen. Gezien de jongste ontwikkeling binnen de schelpdiersector (uitspraak Nederlandse Raad van State) en gezien ontwikkelingen binnen de vissector (gedragscode etc) zijn productschappen doelgroepen van dit project.
Aan Vlaamse zijde worden in dit verband de landbouworganisaties aangesproken. Deze doelgroep zal vooral door de workshops, de demonstraties van nieuwe technieken (op bedrijven en bij kennisinstellingen), zoals voor mestverwerking, nieuwe soorten, productiesystemen, en zilte proefvelden aangesproken worden.
e) Consumenten
Omdat dit project de duurzaamheid van schelpdieren, vissen en zilte groenten verbetert, is dit project uiteraard interessant voor consumenten. Zonder een consument die de producten ook koopt, kan geen producerende sector overleven. Consumenten moeten daarom ook ingelicht worden over de voortgang van het project. Aandacht gaat ook naar het bewustmakingsproces bij de consumenten van het potentieel van relatief onbekende aquafood producten zoals zilte groenten, specifieke zoetwatervissen, etc… en dit om het draagvlak voor deze teelten in de regio te vergroten. Consumenten zullen vooral door algemene pers publicaties, publieke acties (uitreiken van eerste kratje zeekraal), de website en tijdens de marktonderzoek en de promotiecampagnes aangesproken worden.
f) Beleidsmakers
De duurzame ontwikkeling van aquafood eist ook de juiste randvoorwaarden binnen het beleid van een regio en op nationaal en Europees niveau. Beleidsmakers zijn daarom ook doelgroepen van dit project omdat zij door de realisaties binnen dit project beter zullen begrijpen wat duurzame aquacultuur betekent en welke randvoorwaarden in de toekomst gecreëerd kunnen/moeten worden door beleidsmakers ter ondersteuning van de sector. Deze doelgroep zal vooral door de workshops en de demonstraties van nieuwe technieken (op bedrijven en bij kennisinstellingen), zoals voor mestverwerking, nieuwe soorten, productiesystemen en zilte proefvelden aangesproken worden.
g) Studenten
Een belangrijke doelgroep van dit project zijn studenten. Zonder goed opgeleide mensen, die binnen de sector verantwoordelijkheid kunnen opnemen, kan de aquafood sector zich niet verder ontwikkelen. Dit project gaat daarom concreet de situatie van het praktijkgericht onderwijs rond aquacultuur aanpakken door het verbeteren van de opleidingscondities. Deze doelgroep zal vooral door de demonstraties van nieuwe technieken (op bedrijven en bij de HZ en KaHo) door gebruik van de onderwijs ruimtes aangesproken worden. Ook is hier ligt het accent op de disseminatie door digitale media.
h) Onderzoekers
Zonder kennis geen vooruitgang. Het bundelen van de kennisinstellingen binnen de Grensregio zal leiden tot een bron van nieuwe kennis. Deze kennis kan dan verder gedeeld worden met andere nationale en internationale collega’s en zal daarom een boost geven aan de verdere ontwikkeling van duurzame aquacultuur in de projectregio en in het ruimer Europees kader. Deze doelgroep zal vooral door de workshops, presentatie en publicaties aangesproken worden.
Voorziene projectactiviteiten
Het project omvat 5 activiteiten inclusief het management van het globale project. Deze activiteiten zijn:
o Microbieel management van een schelpdierhatchery (1)
o Duurzame Visteelt (2)
o Zilte Groenten (3)
o Onderwijs (4)
o Project Management (5)
Activiteit 1: Microbieel management van een schelpdierhatchery
Betrokken partners: UGent
Omschrijving:
De mosselsector ligt zwaar onder vuur in Nederland, met name de visserij van mosselzaad in de Waddenzee zou verantwoordelijk zijn voor het verdwijnen van de mosselbanken en de daarmee geassocieerde schelpdieretende vogels. De mosselsector in Zeeland experimenteert dan ook volop met alternatieve methodes om mosselzaad te verkrijgen, zoals met mosselzaadinvanginstallaties (MZI), shelpdierhatcheries en binnendijkse kweek.
Het hoofddoel van deze activiteit is de rentabiliteit van een schelpdierhatchery/nursery te verbeteren door de zaadproductie te verhogen dankzij lagere mortaliteit en snellere groei. Hiervoor wordt gedacht aan het gebruik van probionten en immunostimulanten. Drie belangrijke schelpdieren voor de Nederlandse visserij worden gevolgd : platte oester (Ostrea edulis), mosselen (Mytilus edulis) en kokkels (Cerastoderma edule).
Het staat bekend dat larven van tweekleppigen zoals oesters, heel gevoelig zijn voor bacteriële infecties. Massale larvale mortaliteit wordt vaak veroorzaakt door bacteria die behoren tot de groep van Vibrios en Aeromonas. Hetzelfde probleem wordt succesvol opgelost in de garnalenkweek door het gebruik van mengels van probionten. Probionten zijn onschadelijke bacteriën die in competitie treden met bacteriële pathogenen voor nutriënten en/of die de groei van de pathogenen verhinderen door enerzijds het water en de ingewanden van de dieren te pre-coloniseren en anderzijds door directe afdoding. Het profylactisch gebruik van probionten biedt een alternatief voor het gebruik van antibiotica in de aquacultuur. Langs de andere kant worden immunostimulanten ook vaak gebruikt in de visteelt en garnalenkweek. Zij stimuleren het natuurlijk niet-specifiek afweermechanisme van de dieren waardoor ze meer resistent worden tegen stress, veroorzaakt bijvoorbeeld door schommelingen in temperatuur of zoutgehalte.
Deze producten die al succesvol gebruikt worden in de visteelt en garnalenkweek zullen uitgetest worden op hun efficiëntie voor bivalven. De aandacht zal vooral gaan naar hun gebruik in de algenkweek en in de larvale kweek.
Het gebruik van probionten en immunostimulanten staat wereldwijd nog in zijn kinderschoenen maar kent een enorme snelle opmars. Vooral in de garnalenkweek wordt er dankbaar gebruik van gemaakt. Het gebruik van probionten in de schelpdiersector is beperkt tot enkele hatcheries die de positieve effecten erkennen zonder echt op te volgen wat er op microbieel vlak echt gebeurt. Deze informatie is echter cruciaal om de techniek nog te verbeteren en eventueel te kunnen aanpassen per schelpdiersoort. Het project hoopt juist deze informatie te bekomen met behulp van hoogtechnologische technieken zoals microbieel fingerprinten.
Probionten:
1. Identificatie van probionten en commerciële probionten mengsels die zullen getest worden aan de hand van literatuuronderzoek en kennisuitwisseling met Vlaamse en Nederlandse bedrijven
2. Screening op kleine schaal van probionten met larven van platte oester, mossel en kokkel
3. Testen van geselecteerde probionten in algenkweeksysteem (semi-continu) waarbij de groei en de kwaliteit van de algen nauwgezet worden opgevolgd
4. Fingerprinten van microbiële populaties in de succesvolle algenkweeksystemen. Het volgen van de verschuivingen in de microbiële populatie die plaats vinden in het algenmedium, zal de impact van probionten in een algencultuur wetenschappelijk illustreren
5. Opvolgen van larvale ontwikkeling bij de 3 geselecteerde schelpdiersoorten waarbij probionten via de algencultuur of rechtstreeks worden toegevoegd. Belangrijke parameters zoals larvale groeisnelheid en overleving na metamorfose zullen gemeten worden. De microbiële fauna in de larven zal ook gefingerprint worden.
Immunostimulanten:
1. Identificatie van de te testen immunostimulanten door literatuuronderzoek
2. Effect van geselecteerde immunostimulanten op larvale groei en overleving nagaan
3. Efficiëntie van immunostimulanten bepalen door challenge tests uit te voeren met larven van de 3 geselecteerde tweekleppigen.
Kosten-baten analyse:
Een kosten-baten analyse zal uitwijzen of probionten en immunostimulanten voldoende voordelen bieden aan de kweker om het gebruik ervan als een duurzame kweekmethode voor schelpdieren te kunnen introduceren.
Beoogde resultaten:
1. Identificatie van probionten voor de 3 geselecteerde bivalven soorten
2. Betere kennis van de wisselwerking tussen microwieren en probionten
3. Betere kennis van de impact van probionten op larvale ontwikkeling en overleving van tweekleppigen
4. Identificatie van nuttige immunostimulanten bij de kweek van tweekleppigen
5. Economische evaluatie van het gebruik van probionten/immunostimulanten in een schelpdierhatchery/nursery
6. Publicaties in wetenschappelijke tijdschriften en vakliteratuur
Activiteit 2: Duurzame visteelt
Betrokken partners: UGent, KaHo, PIVAL, PCG, IMARES, KUL
Omschrijving activiteit
Concreet binnen deze activiteit wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een duurzame visteelt in de Grensregio Vlaanderen-Nederland, zowel op economisch, ecologisch als sociaal vlak.
Er zijn 5 speerpunten waarbinnen verschillende acties ondernomen zullen worden:
- Markt
- Vis
- Productiesysteem (productie in recirculatiesystemen)
- Economische rendabiliteit (kostprijs)
- Informatie en Communicatie
Deze speerpunten kunnen uiteraard niet los van elkaar worden gezien. Hieronder worden de acties per punt toegelicht.
Markt
Voor een succesvolle introductie van visteelt in de Grensregio is goed inzicht in de mogelijke vermarkting van de producten essentieel. De verschillende inzichten betreffen de hele waardeketen van productie, handel en verwerking tot en met de uiteindelijke eindgebruikers (consumenten in retail, detailhandel, horeca). Acties die hier ondernomen worden zijn:
- Inventarisatie en marktonderzoek: schets maken van de huidige situatie, potenties in de markt opsporen, (zowel bij verwerkers, grootdistributie als retail), SWOT-analyse inclusief consumentenonderzoek, en definitie van mogelijke strategieën voor ontwikkeling van de visteelt in de regio;
- Vaststellen product- en productiecriteria: er wordt een lastenboek opgemaakt met de criteria waar duurzaam gekweekte vis moet aan voldoen;
- Marktontwikkeling: de verschillende schakels in de visteelt worden in kaart gebracht (producenten, verwerkers, retailers, horeca en consumenten) en binnen het project wordt met deze schakels een communicatie opgebouwd. Er wordt een draaiboek ontwikkeld met het oog op introductie in de productieketen.
Vis
De intensieve kweek zal binnen de Grensregio Vlaanderen- Nederland plaatsvinden in RAS (recirculating aquaculture system), wat een kapitaal- en kennisintensieve vorm van visteelt is waar nog veel kennisvragen rond bestaan.
Onder dit punt worden de biologie en kweektechniek van verschillende vissoorten onderzocht en op punt gesteld in recirculatiesystemen. Vissen worden tot voortplanting gebracht door middel van hormoonbehandeling of verandering in omgevingsfactoren (licht, zuurstof, temperatuur, watergeleidbaarheid,…), hierna worden de bekomen larven opgekweekt tot pootvis. Het opkweken van larven gebeurt in het beginstadium met levend voedsel (rotiferen, artemia), later wordt overgeschakeld naar droog korrelvoer. De overschakeling van levend op droogvoer en bepalen van de samenstelling van het droogvoer maakt deel uit van het onderzoek, alsook de techniek om de specifieke soorten tot voortplanting te brengen.
Dit onderzoek naar de biologie en kweektechnieken kan niet los gezien worden van een zoeken naar optimalisatie van de productiesystemen. Minstens 4 verschillende vissoorten vormen het onderwerp van deze activiteit. Welke soorten dit zijn staat op vandaag nog niet volledig vast. Wel zullen de gekozen vissoorten zullen moeten voldoen aan de wensen van de consument (stevig vlees, weinig graten, goede filetvorm..). Ondermeer het marktonderzoek kan hieromtrent beslissende informatie opleveren. Momenteel lijken volgende nieuwe soorten kansrijk:
- binnen de zoetwatervissoorten: snoekbaars, gestreepte baars, tilapia gecombineerd met tomatenteelt, kwabaal, omegabaars, botervis, Gourami soorten, …
- binnen de mariene soorten: yellow kingfish of cobia…
PIVAL, KaHo Sint Lieven, PCG, Ugent, KULeuven en Imares zullen onderzoeksinfrastructuur inzetten voor dit project. Hierbij zal Imares werken op mariene soorten, terwijl de andere partners zich zullen toeleggen op de zoetwatervissoorten. De universitaire partners zullen zich specifiek met de larvale teelt bezighouden naast de monitoring van de opkweek zelf. De praktijkcentra focussen zich voluit op de opkweek. Deze nieuwe soorten worden dan ook op de locaties gedemonstreerd.
Productiesystemen
Het komen tot een duurzame teelt in recirculatiesystemen vraagt het in kaart brengen en ‘finetuning’ van alle relevante productieparameters, die sterk afhankelijk kunnen zijn van vissoort tot vissoort. Ook op het niveau van het systeem zelf zijn nog heel wat behoeftes tot optimalisatie. Ruime aandacht moet gaan naar manieren om de productiesystemen verder te optimaliseren. Dit kan door niet alleen het accent te leggen op intensiveren alleen, maar ook op integratie.
Voorziene acties zijn:
- Het recirculatiesysteem voor de vissoorten die geselecteerd werden voor onderzoek in vorige actie fijn afstellen zodat maximaal kan geproduceerd worden met een hoge kwaliteit, een lage productiekost en minimale emissies naar het milieu. Binnen de glastuinbouw is men door de almaar stijgende productiekosten op zoek naar verbetering van de opbrengst per vierkante meter. Een oplossing kan er in bestaan om visteelt in glastuinbouw te integreren. Deze toepassing wordt voor verschillende vissoorten geëvalueerd en gedemonstreerd.
- Het zoeken naar lokale, betaalbare oplossingen voor de behandeling van de meest voorkomende afvalstromen, afkomstig van recirculatieteelt. De mogelijkheden van geotubes en verwerking in verwerkingsinstallaties voor varkensmest worden geëvalueerd. Deze toepassingen zullen deels in de provincie Zeeland gedemonstreerd worden. Als het mogelijk is wordt ontwikkelingswerk aan deze technieken met bedrijven samen doorgevoerd en de technieken ook op een bedrijf gedemonstreerd indien mogelijk.
- Ook het voorkomen van off-flavour bij vis afkomstig van marine recirculatiesystemen wordt hier onderzocht. Oorzaken van deze off-flavour of grondsmaak worden in kaart gebracht. Hierna worden nieuwe en toegepaste technieken om deze kwaliteitsvermindering van de geproduceerde vis te voorkomen, onderzocht en beschreven. Het resultaat is een strategie om grondsmaak in marine visproducten duurzaam te voorkomen.
PCG en KULeuven leggen binnen deze actie het accent op de geïntegreerde teelt, terwijl de andere partners zich toeleggen op de recirculatiesystemen op zich.
Economische rendabiliteit
Bij de introductie van aquacultuur werd vroeger maar al te vaak gewerkt volgens het principe van welke soorten teelttechnisch mogelijk zijn. Tegenwoordig blijkt echter dat deze benadering niet de juiste is, maar dat bij het bepalen van de kweeksoort in eerste instantie moet gekeken worden naar de vraag van de consument (zie punt “Markt”) om zich vervolgens af te vragen of en hoe die potentiële kweeksoort ook op een duurzame (zie punt “vis” en “productiesysteem”) en economisch haalbare manier kan geteeld worden: Het concept “Fork to Farm”.
Voorziene acties om dit te realiseren zijn:
- De verkregen gegevens over potentieel interessante vissoorten uit punten ‘Vis en Productiesysteem’ worden in verschillende rekenbladen verwerkt. Deze rekenbladen laten toe om voor deze vissoorten een beeld te krijgen van de dimensie van de filtercapaciteit, zuurstofvoorziening, warmtehuishouding, afvalstormen, afvalbeheer;
- Met de resultaten uit de rekenbladen worden productieschema’s voor de potentiële vissoorten vastgelegd;
- Tenslotte wordt aan de hand van de uitkomsten uit de vorige acties een kosten-batenanalyse gemaakt voor de verschillende vissoorten die interessant blijken voor aquacultuur in de Grensregio.
Informatie en Communicatie
Als economische sector is de aquacultuur in de Lage Landen relatief klein én jong. Bovendien is de sector heel divers. Meerdere vissoorten en kweeksystemen bestaan naast elkaar. Nog te veel bedrijven opereren op een eilandje. Kennisopbouw en marktontwikkeling gebeuren vaak op individuele basis.
Om de ontwikkeling van de sector te stimuleren is een grootschalige, gezamenlijke aanpak nodig. Kennisdoorstroming qua teelttechniek en vermarkting moeten de sector meer aanzetten tot samenwerking en moeten het de sector toelaten om een goedkoper product af te leveren dat nauwer aansluit bij de wensen en noden van de consumenten. Anderzijds moet de consument ook gewezen worden op de voordelen van lokaal gekweekte vis. Mogelijke vooroordelen tegen gekweekte vis (smaak, prijs, productiemethode, …) moeten op een onderbouwde wijze weerlegd worden.
Het is niet alleen de bedoeling om zoveel mogelijk kennis te verspreiden vanuit de kennisinstellingen. De projectpartners willen ook luisterbereid zijn om signalen van kwekers, andere schakels binnen de productieketen en consumenten snel te capteren en om te zetten in positieve acties die de ontwikkeling van de hele sector ten goede kunnen komen, dit via een Nederlands en Vlaams infoloket (zie resultaten). Ook is het de bedoeling om door het opzetten van communicatie met, tussen en binnen de schakels positieve impulsen te geven aan de marktontwikkeling.
Het communicatieplan omvat:
- Enerzijds een specifieke actie rond de begeleiding van de (kandidaat)vistelers. Er wordt een intensieve begeleiding aangeboden aan deze bedrijven. Dit kan zowel in het traject naar de ontwikkeling van een businessplan zijn bij kandidaat-telers als bij omschakeling van vissoort bij een bestaande teler. De begeleiding is een trajectbegeleiding die dus over een langere periode loopt met diverse contactmomenten tussen project en ondernemer.
Voorzien wordt op deze manier een 5-tal Vlaamse bedrijven en een 3-tal Nederlandse bedrijven intensief te begeleiden/ adviseren.
Deze trajectbegeleiding wordt aangeboden via een virtueel infoloket, een telefonisch infoloket en een infoloket ter plaatse. Voor Vlaanderen zal dit loket geleid worden door PIVAL, voor Nederland door Imares. Vanuit deze twee hoofdlocaties worden dan de andere partners op de hoogte gebracht of bij de begeleiding betrokken indien van toepassing, vb PCG heeft ervaring met Tilapia kweek onder serretomaten, dus worden zij betrokken indien een tomatenteler zich aanmeldt aan het infoloket. De andere partners krijgen ook feedback over de concrete cases die begeleid worden.
Het infoloket staat verder ook open voor alle eerstelijnsadvisering die niet noodzakelijk resulteert in een meer intensief begeleidingstraject.
Het bestaan van het infoloket met de mogelijkheid tot eerstelijnsadvisering en/of intensieve trajectbegeleiding zal breed gecommuniceerd worden. Op die manier wil het infoloket open staan voor elke potentieel geïnteresseerde. De betrachting van het infoloket is om alle binnenkomende vragen te behandelen zonder onderscheid. Bovendien zijn er geen kosten verbonden aan het raadplegen van het infoloket.
- Anderzijds een meer algemene communicatie naar de verschillende doelgroepen:
• Website gebaseerd op de succesvolle Nederlandse website www.aquacultuur.nl.; ook wordt een virtueel infoloket voorzien voor het stellen van vragen over aquacultuur, of het maken van een afspraak zodat er ter plaatse kan gekomen worden of met deskundigen van de instituten of universiteiten gepraat kan worden.
• artikels in de algemene pers (min. 3) en de vakpers (min. 3).
• studievergaderingen en –dagen (min. 3), workshops (min. 6) en demonstraties (min. 4):
Op de studievergaderingen wordt de algemene thematiek benaderd. De studievergaderingen willen per definitie een brede doelgroep bereiken.
In de workshops gaan we dan met specifieke doelgroepen rond goed afgelijnde onderwerpen aan de slag. Workshops kunnen gericht zijn op één specifiek segment in de keten of kunnen anderzijds juist het doel hebben de communicatie tussen schakels te bevorderen.
De demonstraties tenslotte worden georganiseerd vanuit de kwekerijen in de proefcentra en proefinstallaties van de projectpartners. De demonstraties kunnen naar inhoudelijke invulling gedifferentieerd worden ifv het doelpubliek (kwekers, retail, consumenten, wetenschappers, …).
• de organisatie van min 2 grensoverschrijdende kenniskringen binnen de verschillende schakels (kwekers, verwerkers, retail, horeca, …);
• de organisatie van sensibiliserende consumentenstudies;
• specifieke promo-acties, waar mogelijk aansluitend bij andere (nationale) initiatieven (Week van de Smaak, Opendeurdagen, ….);
• specifieke acties omtrent consumentenvragen, in samenwerking met de relevante instellingen zoals het Voedingscentrum, Stichting Noordzee, WWF, VLAM, ….
Alle activiteiten onder het onderdeel “algemene communicatie” (zoals workshops, studievergaderingen, demonstraties, kenniskringen) zullen breed gecommuniceerd worden waardoor een maximaal aan geïnteresseerden , zal bereikt worden.
Beoogde resultaten:
Markt
1. Inventaris van huidige markt en prijzen, stakeholderbehoeften, actoren binnen de huidige productieketen voor zoet en zoutwater aquacultuur soorten binnen de Grensregio.
2. SWOT-analyse voor de Grensregio die de kansen voor aquacultuur in kaart brengt, inclusief consumentenonderzoek.
3. Een strategiehandbook voor ontwikkeling van de markt gebaseerd op de SWOT analyse en marktstudie.
4. Een handboek van product- en productiecriteria voor geteelde vis in het algemeen, eventueel extra uitgewerkt voor die vissoorten die onderwerp zijn van de verdere acties in deze activiteit.
5. Een draaiboek “introductie als producent binnen de productieketen’”, afgestemd op de behoeftes in de Grensregio.
6. 10 deelnemers aan de eerstelijnsadvisering/trajectbegeleiding
De hierboven genoemde handboeken en draaiboeken zullen dienen voor de uitbouw van cursussen en de inrichting van studiedagen, -vergaderingen en workshops (zie activiteit 4), het schrijven van publicaties en artikels, de begeleiding van (toekomstige) ondernemers, de ondersteuning van het infoloket en het informeren van stakeholders en de overheid (cf. infra). Dit zijn met andere woorden kritische documenten die zowel verder in het project als naar externen de basis zullen zijn voor de implementatie van de in activiteit 2 ontwikkelde kennis (technisch zowel als op het vlak van markt en vermarkting)
Vis
Voor 4 soorten: een teeltfiche met volledige kweekparameters en management criteria. Met deze 4 vissoorten wordt ook in de andere activiteiten verder gewerkt
Productiesysteem
1. Een geoptimaliseerd recirculatiesysteem voor de 4 soorten vis.
2. Twee demonstraties (mestverwerking, nieuwe soorten)
Economische Rendabiliteit
1. Productieschema en kostenanalyse voor de 4 soorten vis.
2. Een tool (rekenblad) te gebruiken bij bedrijfbegeleiding voor nieuwe ondernemers in de Grensregio.
Informatie en communicatie
1 Nederlandstalig kennisnetwerk aquacultuur
2 Uitvoeren van communicatieplan door website (1), publicaties (6) en infoloketten (2), studievergaderingen (3), demonstraties (4), sensibiliserende consumentenstudie (1) en grensoverschrijdende kenniskringen (2) .
Impact op aquacultuur in de projectregio
1 In Vlaanderen en Nederland is de doelstelling om 5 Vlaamse bedrijven en 3 Zeeuwse bedrijven intensief te begeleiden bij hun ondernemen in de Aquacultuur.
2 Creëren van een virtueel infoloket, een telefonisch infoloket en een infoloket ter plaatse. Voor Vlaanderen zal dit loket geleid worden door PIVAL, voor Nederland door Imares. Vanuit deze twee hoofdlocaties worden dan de andere partners op de hoogte gebracht of bij de begeleiding betrokken indien van toepassing, vb PCG heeft ervaring met Tilapia kweek onder serretomaten, dus worden zij betrokken indien een tomatenteler zich aanmeldt aan het infoloket. Deze infoloketten staan open voor eerste lijnsadvisering los van de intensieve trajectbegeleiding.
3 Nederland heeft een langere geschiedenis qua visteelt aan land. Vlaanderen kan leren van de juiste en (vooral ook) de foute keuzes die Nederlandse viskwekers in het verleden gemaakt hebben. Door intensieve communicatie tussen Vlaamse en Nederlandse stakeholders kan er gezocht worden naar een maximale complementariteit in de ontwikkeling van de aquacultuursector aan beide kanten van de landsgrens.
4. Naast de mogelijke commerciële productie van vissoorten zoals snoekbaars en kwabaal, kan er samengewerkt worden met instanties voor natuurbehoud (bv proefstation van Linkebeek,…) in de beide regio’s aan beide landsgrenzen rond het herstelbeheer van rivieren en beken door het herbepoten van deze bedreigde vissoorten.
Activiteit 3: Zilte Groenten
Betrokken partners: PRI, WPIG
Omschrijving activiteit
Traditioneel worden zilte groenten, en dan voornamelijk zeeaster (Aster tripolium) en zeekraal (Salicornia europea), in ‘het wild’ gesneden op de Zeeuwse en Picardische schorren. Naast de traditionele lokale afzet is de laatste jaren de afzet naar restaurants en supermarktketens snel belangrijker geworden. Anderzijds zijn her en der maatregelen genomen ter bescherming van de zilte vegetatie in kwetsbare gebieden: het systeem van snijvergunningen bijvoorbeeld is zowel in Frankrijk als in Nederland ingevoerd. In Nederland mag nog enkel in het wild gesneden worden voor eigen gebruik. Restaurants waarderen het product zilte groenten, maar willen het ook jaarrond kunnen aanbieden. Vandaar dat er intussen – vooral buiten het wildsnijseizoen - een aanzienlijke import van met name zeekraal wordt gerealiseerd vanuit voornamelijk Mexico en Israël. Deze import betreft gedeeltelijk andere soorten Salicornia, die derhalve ook andere voedingseigenschappen hebben.
De Grensregio heeft enerzijds heel wat zilte regio’s of regio’s met zilt grondwater, anderzijds is de intensieve groenteteelt en de daaraan gekoppelde afzetstructuur in deze regio zeer sterk ontwikkeld. In combinatie met het gegeven dat er toenemende vraag is naar zilte groenten en de wildsnij in toenemende mate beperkt wordt, wil men binnen dit deelproject impulsen geven aan de teelt van zilte groenten in de regio.
Uiteraard kan hierbij gebruik gemaakt worden van de praktijkervaring van een drietal telers (de firma’s Grovisco te Stavenisse, Poleij te Kruiningen en Janse te Wolphaartsdijk) in de regio die inmiddels met deze teelt gestart zijn. Nu reeds is er trouwens sprake van interregionale samenwerking rond zilte teelten onder vorm van levering van zaadgoed en consultancy vanwege het Vlaamse Serra Maris aan een aantal Zeeuwse telers. Daarnaast zijn in Vlaanderen (WPIG) de eerste stappen gezet op weg naar beschutte teelt van zeekraal en zeeaster met als doel verlenging van het leveringsseizoen. Het idee is naast versterking van de teelt vooral ook de keten in kaart te brengen volgens het ‘From Fork to Farm’ beginsel om zodoende tot goede product-markt combinaties te komen.
Activiteit 3 omvat een drietal deelaspecten:
1. optimalisering van de teelt, zowel in de open grond als in beschutte teelt
2. evaluatie en introductie van nieuwe soorten zilte groenten
3. promotie van zilte groenten, zowel naar vraag als aanbod
Optimalisering teelt
De teelt in open grond zal zich in de verzilte gebieden of in gebieden met zilt grondwater situeren. Vooral in de Zeeuwse regio zijn er veel gronden geschikt voor deze toepassing. Ook in de West-Vlaamse polders zit op een aantal plaatsen erg ondiep zilt grondwater, wat mogelijkheden biedt. Bij deze teelten hebben dan de bemestingsbehoefte, de onkruidbestrijding, de mogelijkheden tot mechanisatie in de teelt, de verbetering van het uitgangsmateriaal, zowel door selectie als door verbetering van de zaadkwaliteit, en het al dan niet voorkomen van ziekten en plagen de aandacht.
De teelt kan ook opgevat worden als een intensieve jaarrond teelt. Bij een jaarrond teelt moet vooral gemikt worden op levering buiten het normale oogstseizoen. De prijsvorming is dan het interessantst en er kan geconcurreerd worden met de invoer uit Mexico en Israël. In de winterperiode moet men dan evenwel opteren voor een licht verwarmde serre, eventueel met bijbelichting. In het voorjaar en de zomer kan gewerkt worden onder plasticserre (met het oog op het behoud van het zout in de bouwvoor). De teelttechniek van jaarrond teelt onder beschutte omstandigheden moet wel nog op punt gezet worden met specifieke vragen rond bv. optimalisatie van het kiemproces, bemesting, oogstfrequentie, zoutgehalte, klimaatregeling, bijbelichting, en hergebruik van zilt drainwater.
Potentiële verbeteringen van de teelt zullen worden getoetst in experimenten, zowel in de open grond als onder beschutte omstandigheden.
Introductie nieuwe soorten
Tot op heden spreken we voornamelijk over zeekraal en lamsoor. Andere zilte gewassen hebben evenwel ook potentie als zilte groenten: bv. zeekool, zeevenkel, zeekers en zeebiet. Binnen deze actie zal het potentieel van nieuwe gewassen voor teelt in de open grond en voor teelt onder beschutte omstandigheden, zowel teelttechnisch als naar afzet, worden geëvalueerd. In de laatste fase van het project kunnen geschikte nieuwe soorten door middel van experimentele teelt of demonstratie in de praktijk worden getoetst. Praktische introductie op de markt mag niet binnen de projectperiode verwacht worden.
Promotie
De duurzame zilte groenten moeten worden gepromoot, enerzijds naar de consument maar in belangrijke mate ook naar de handel en eventuele andere spelers binnen de afzetketen en naar potentiële telers. Veel grootdistributeurs van bv. vis zijn vandaag nauwelijks op de hoogte van de mogelijkheid van teelt van deze gewassen. Daarnaast zal worden gekeken naar de mogelijkheid om specifieke recepten en afgeleide producten te creëren, zoals bijvoorbeeld de Zeeuwse Sushi en een op deze groenten gebaseerde schelpdiersaus.
Met potentiële ketenpartijen zullen gesprekken worden aangegaan, opdat zij een indicatie van productievolume en gewenste kwaliteitsspecificaties kunnen geven vooraleer zij afname zouden overwegen. Dit is noodzakelijk om tot vergroting van de vraag te komen.
Beoogde resultaten:
Optimalisering teelt
1. Inventarisatie van in zilte gewassen voorkomende onkruiden en de mogelijkheden deze te bestrijden
2. Inventarisatie van ziekten en plagen en evt. milieuvriendelijke gewasbeschermende maatregelen
3. Goede teeltbeschrijving van de teelt van zeekraal en zeeaster (‘Lamsoren’) inclusief mechanisatie hiervan met speciale aandacht voor onkruidbestrijding en oogsten
4. Inventarisatie van potentiële teeltgebieden voor de open grond in Vlaanderen
Specifiek voor de beschutte teelten
5. Economische randvoorwaarden onder welke een beschutte teelt haalbaar is
6. Technische randvoorwaarden onder welke een beschutte teelt mogelijk is
Introductie nieuwe soorten
7. Onderzoek naar de potentie van zeekool, zeevenkel, zeebiet en zeekers en/of andere nieuwe soorten voor de teelt
Promotie
8. Zilte keten in beeld, aansluitende inventarisatie van promotiemogelijkheden
9. Promotieactiviteiten in samenwerking met de sector, incl uitreiken van het eerste krat zeekraal etc.
10. Uitgewerkte voorbeelden van recepten en afgeleide producten van zilte groenten
11. Zoeken naar modelketen met telers en afzet voor beschutte teelten
Activiteit 4: Onderwijs
Betrokken partners: HZ, KaHo
Omschrijving activiteit:
Om in de Grensregio een levensvatbare aquacultuursector te realiseren is het noodzakelijk dat er, naast het ontwikkelen van technische kennis en systemen, voldoende gekwalificeerd personeel en jonge ondernemers zijn vanuit verschillende disciplines. Deze mensen moeten er voor zorgen dat de kansen die er op aquacultuurgebied zijn opgepakt worden en zij zijn dan ook de aquacultuur innovatoren van de nabije toekomst. Daarnaast is er een groep voorlopende ondernemers in de aquacultuur met kennis- en praktijkvragen in verband met uiteenlopende (technische) gebieden, die moeite heeft met het vinden van ondersteuning voor hun bedrijfsvoering.
In dit deelproject wordt gefocusseerd op het opleiden (scholen) van toekomstige ondernemers/ betrokkenen in de aquacultuur en het bieden van een platform/ infrastructuur voor het beantwoorden van kennisvragen die bestaande en beginnende aquacultuurondernemers hebben.
Voor het bijscholen van huidige ondernemers en het opleiden van toekomstige ondernemers worden 2 cursussen ontwikkeld/ uitgebouwd met als doel van deze activiteit:
- Algemene cursus met de basisprincipes van aquacultuur (Vlaanderen) met kennistransfer vanuit Zeeland
- Zoet water Aquacultuur (Vlaanderen)
Communicatie en voorlichting:
Kennisverspreiding is het primaire doel bij deze activiteit. Het ontwikkelde cursusmateriaal wordt kosteloos beschikbaar gesteld via het internet, voor studenten, startende ondernemers, bestaande ondernemers en andere geïnteresseerden die aan zoete of zoute visteelt willen beginnen.
Methodiek
Bij de Hogeschool Zeeland is er cursusmateriaal (algemene introductiecursus aquacultuur) ontwikkeld. Voor dit deelproject zal op basis van dit beschikbare basismateriaal het onderwijs en training verder worden uitgebouwd om zo in Vlaanderen praktijk gerichte scholing aan te kunnen bieden op Bachelorniveau. Bij het opzetten en uitvoeren van de cursussen zal gebruik gemaakt worden van de expertise, opgedaan in de andere activiteiten (activiteit 1-3) van dit project. De kennis en ervaring opgedaan in Zeeland met de reeds bestaande cursussen zal worden gedeeld met de Vlaamse partners, voor zover het de didactiek en concepten betreft die ook voor zoet water teelten van toepassing zijn. Een zogenaamde begeleidingscommissie (bestaande uit vertegenwoordigers uit het werkveld) zal inhoud en proces van de cursussen bewaken.
Naast het opleiden/scholen van ondernemers is het ook gewenst dat toekomstige ondernemers actief participeren in toegepast onderzoek op het gebied van aquacultuur. Door jongeren, van verschillende achtergronden (disciplines) actief in toegepast onderzoek in aquacultuur te laten participeren worden 2 doelen gediend: 1. praktijk gerichte kennisverwerving, 2 enthousiasmeren van jongeren om later in de sector te stappen (ondernemers van de toekomst). Om een en ander te realiseren is het essentieel dat studenten de mogelijkheid hebben om in hun opleidingssituatie direct in contact te staan met het onderwerp van studie. In dit geval betekent het dus dat er behoefte is aan een ‘proeftuin’ , waarin geëxperimenteerd en gemeten kan worden. Tot nu toe ontbreekt het nog aan een infrastructuur waarin (zoet of zout) water beschikbaar is, gedeeltelijk gerecirculeerd wordt en waarmee op middelgrote schaal studenten en medewerkers kunnen experimenteren en werken aan kennisvragen vanuit het bedrijfsleven.
Het toegepaste onderzoek in de ‘proeftuinen’ (experimenteerruimtes) zal onder andere gevoed worden door kennisvragen vanuit de ondernemers. Alle ondernemers krijgen de kans om kennisvragen te richten aan de partners. Bij het toegepast onderzoek zal de ondernemer actief betrokken worden, maar zal hiervoor geenszins enige vergoeding betalen.
Op de Kenniswerf in Vlissingen, waar de Hogeschool Zeeland en het ROC gevestigd zijn, is ruimte beschikbaar voor het creëren van zoute vijversystemen (indoor en outdoor).
Bij de KAHO Sint-Lieven kan indoor een labo worden ingericht om te experimenteren met algen en zoetwatervissen. Indoor is er ruimte beschikbaar voor het creëren van zoete watervijversystemen. Volgende activiteiten worden dus verricht:
A. Cursusaanbod aquacultuur
• opzetten van een 2 aquacultuur cursussen;
• uittesten van de aquacultuur cursussen (door leerlingen en/of geïnteresseerden);
• evaluatie en bijstelling cursusaanbod.
B. 2 Experimenteerruimtes voor aquacultuur; toegepast onderzoek en onderwijs
• Ontwerp systemen;
• Bouw van systemen;
• Slaan van een grondwaterbron;
• Uitvoeren van onderzoek en onderwijs.
De experimenteerruimtes worden gerealiseerd in 2 verschillende landen, één door het Kaho en één door de HZ. Bovendien heeft elke experimenteerruimte zijn eigen specialiteit hebben, namelijk zout (Nederland) en zoet water (Vlaanderen). Daardoor kan er een grensoverschrijdende uitwisseling tot stand komen van studenten, docenten en derden. Dit zal informatie-uitwisseling, samenwerking, kennis en communicatie nog versterken.
Voor de afgifte van de vergunning was voor de Nederlandse experimenteerruimte voorbereidende onderzoeken noodzakelijk.
Concreet zal de kennis uit het project in de eerste plaats worden verspreid naar studenten van MBO+ niveau (NL), studenten van Bachelorniveau (Vlaanderen) en (toekomstige) ondernemers.
Beoogde resultaten
Cursusaanbod
1. Ontwikkelen en testen van twee aquacultuur cursussen (testfase: 30 deelnemers beoogd)
Experimenteerruimte
2. 2 experimenteerruimtes: één Vlaamse experimenteerruimte (zoet) voor aquacultuur en één Nederlandse (zout); aangepast aan (hoger) beroepsonderwijs
3. Voorbereidende onderzoeken (begeleiding, boringen, analyse, enz.) voor afgifte vergunning Nederlandse experimenteerruimte
4. Onderzoeken voor en met ondernemers
Informatie en Communicatie
1. Inrichten van 2 studiedagen rond praktijkgerichte aquacultuur
2. Twee cursusbeschrijvingen met ondersteunend onderwijsmateriaal
3. Uitwisseling van geïnteresseerde studenten, docenten en derden.
Activiteit 5: Projectmanagement
Betrokken Partners: IMARES (projectcoördinator), UGent, PRI, PIVAL, PCG, Kaho, WPIG
De overige partners, HZ en KUL maken geen kosten in deze activiteit, maar worden wel actief betrokken bij het projectmanagement.
Omschrijving:
Het management van dit project is een gescheiden activiteit binnen het project. De hoge diversiteit van de verschillende activiteiten maakt het noodzakelijk dat een goed management van het consortium wordt opgezet en uitgevoerd. Ook is het van belang dat aan de communicatie tussen de verschillende activiteiten en de communicatie naar de doelgroepen specifieke aandacht wordt besteed. Verder gaat het management van het project de rapporteringen van de projectpartners coördineren en waakt over het verloop van de projectplanning.
Projectstructuur
Iedere activiteit heeft een eigen themacoördinator (activiteit 1: Universiteit Gent, activiteit 2: PIVAL, activiteit 3: Plant Research International, activiteit 4: KaHo en activiteit 5: Wageningen IMARES). Deze themacoördinatoren zijn verantwoordelijk voor de coördinatie van de desbetreffende activiteit en rapporteren naar de projectcoördinator. De themacoördinatoren zorgen er verder voor dat de deelnemers binnen een activiteit, de afgesproken activiteiten uitvoeren en correct naar de projectgroep rapporteren. De projectgroep bestaat uit alle zeven deelnemers van dit project. De verdere activiteiten van het management worden door de samenwerkingsovereenkomst tussen projectverantwoordelijken en projectpartners geregeld. De besluitstructuren en verantwoordelijkheden van het coördinatieteam worden ook binnen het consortiumcontract verder geregeld.
Interne rapportering en coördinatie
Ten behoeve van de coördinatie bereidt het management de algemene projectvergaderingen voor en neemt tevens deel aan de overleggen die ten behoeve van de verschillende activiteiten plaatsvinden. De resultaten van de activiteiten die voor publicatie beschikbaar zijn worden door het management bijeengebracht en op een centrale website gepubliceerd. Resultaten die nog niet voor publicatie beschikbaar zijn, worden in samenwerking met de projectdeelnemers verder uitgewerkt en daarna gepubliceerd. De interne rapporteringen worden door het management voorbereid en iedere 6 maanden door de projectdeelnemers aangeleverd. De financiële voortgangsrapportage zal per kwartaal plaatsvinden. Deze worden door het projectmanagement geanalyseerd en de voortgang wordt intern beoordeeld. Potentiële vertraging tijdens de projectvoortgang worden op deze manier vroeg herkend en kunnen pro-actief voorkomen worden. Verder vinden projectbezoeken vanuit het secretariaat plaats en is eindrapportage onderdeel van deze activiteit.
Externe rapportering en publicatie
Iedere activiteit is geacht om alle mogelijke middelen te gebruiken om een goede disseminatie van alle resultaten te bereiken. De publicatie is dus onderdeel van iedere activiteit en valt ook onder het budget van deze activiteit. Activiteit 5 gaat deze publicaties coördineren en coördineert het gebruik van een website met web content management service om een gemakkelijke publicatie te bevorderen. Ook worden andere middelen die beter centraal ingezet worden (Video’s , flyers etc) door deze activiteit gecoördineerd. Verder worden binnen deze activiteit de officiële rapporteringen (inhoud en financieel) naar het programmasecretariaat gecoördineerd. Ook worden binnen deze activiteit de middelen voor centrale workshops beheerd.
Beoogde resultaten:
1. Iedere zes maanden inhoudelijke en financiële rapportering gebaseerd op de door het management aangeleverde templates
2. Website met web content management service om de publicatie van de projectresultaten te faciliteren.
Inhoudelijke en financiële coördinatie en rapportering van het project naar het programmasecretariaat