PIVAL

  Projectbeschrijving
  Doelstellingen project
  Doelgroepen
  Projectactiviteiten
  Partners en financiers
  Hogeschool Zeeland
  IMARES
  KaHo
  KULeuven
  LEI
  PCG
  PIVAL
  Medewerkers PIVAL
  PRI
  UGent
  WPIG
  Films
  Afbeeldingen
  Contact
  Disseminatie

Wie is PIVAL vzw?

PIVAL staat voor Proefcentrum voor Innovatie, Verbreding en Advies voor Landbouw en Veehouderij.
PIVAL is een afdeling van het Provinciaal Onderzoeks- en Voorlichtingscentrum voor Land- en Tuinbouw (POVLT).  Dit centrum situeert zich in Roeselare, West-Vlaanderen.
Binnen PIVAL wordt via onderzoek, voorlichting/demonstratie en begeleiding gewerkt rond Innovatie in land- en tuinbouw, Water, Melkveehouderij, Energie, Bedrijfsintegratie en Verbreding.

Onze activiteiten inzake aquacultuur sluiten perfect aan bij onze opdracht innovatie in de primaire productie te stimuleren.


Activiteiten tot op heden:


Vlaams Praktijkcentrum Aquacultuur in opbouw.

PIVAL op het European Aquaculture Congres in Noorwegen (Trondheim 14-17 augustus 2009).

27 november: het POVLT maakt kennis met haar nieuwe afdeling.

30 november: eerste bijeenkomst experten groep AQUA-VLAN.

De eerste snoekbaars op het POVLT
.



Vlaams Praktijkcentrum Aquacultuur in opbouw:

In 2008 kreeg een leegstaande varkensselectiemesterij op het POVLT een nieuwe bestemming.  Van de 3000 m² kwam 1000 m² ter beschikking voor de bouw van een “Vlaams Praktijkcentrum Aquacultuur”.  Met steun van West-Vlaanderen, Vlaanderen en Europa werden de renovatiewerken uitgevoerd. Momenteel zijn we volop bezig met de bouw van de recirculatiesystemen voor het onderzoek. 




  Leegstaande varkenselectiemesterij in het voorjaar van 2008.


Er zal vanaf 2010 onderzoek gedaan worden op zoetwater visproductie in gesloten recirculatiesystemen. Dit word gefinancierd binnen het Interreg-project AQUA-VLAN.


PIVAL op het European Aquaculture Congres in Noorwegen (Trondheim 14-17 augustus 2009)
                                                                            

     
      Kabeljauwkwekerij pootvis EAC Trondheim                  Kabeljauwkwekerij EAC Trondheim rotiferenkwe







      Bezoek zalmkwekerij in Noorwegen











27 november: het POVLT maakt kennis met haar nieuwe afdeling

Op vrijdag 27 november 2009 werd een intern infomoment georganiseerd op het Provinciaal Onderzoeks- en Voorlichtingscentrum voor Land- en Tuinbouw (POVLT), waar PIVAL deel van uitmaakt.  Een 100 tal collega’s kwamen geïnteresseerd luisteren naar wat er zich zoal afspeelt rond aquacultuur op het POVLT.  Naast algemene uitleg over aquacultuur, de projecten die onze activiteiten financieren en de visie rond aquacultuur in Vlaanderen, was er een rondleiding in het (in opbouw zijnde) praktijkcentrum voor aquacultuur.  Van de oude varkensstal waar het centrum is in ondergebracht was niets meer te herkennen, het eerste recirculatiesysteem voor de vissen kon reeds bewonderd worden.




30 november: eerste bijeenkomst experten groep AQUA-VLAN

In kader van AQUA-VLAN werd op maandag 30 november 2009 een expertengroep in het leven geroepen.  Hierin bevinden zich zowel de partners die rond “duurzame visteelt” werken binnen AQUA-VLAN als enkele Vlaamse viskwekers.  De meeting ging door in Roeselare op het POVLT. 
De groep zorgt ervoor dat ons onderzoek feedback krijgt uit de praktijk en dat de ingewonnen informatie en kennis binnen het project AQUA-VLAN ook direct doorstroomt naar de praktijk.  Naast het uiteenzetten van de doelstellingen binnen AQUA-VLAN werd ook de visie op aquacultuur in Vlaanderen besproken.
In het voorjaar van 2010 wordt deze expertengroep terug samengeroepen en zal deze uitgebreid worden met mensen uit de Nederlandse praktijk.  Hoogst waarschijnlijk wordt deze bijeenkomst dan georganiseerd aan de Nederlandse zijde van de grens.


De eerste snoekbaars op het POVLT






Het Praktijkcentrum Aquacultuur wordt opgestart

Internationaal beweegt er heel wat rond aquacultuur. We moeten een duurzame oplossing vinden voor de stijgende consumptie van vis enerzijds en de dalende aanvoer van vis uit de natuurlijke wateren anderzijds.  In België zien we onze vissersvloot van 457 schepen in 1950 naar minder dan 100 vandaag krimpen.  Vandaag komt ongeveer 50 % van de visconsumptie uit aquacultuur, 40 jaar geleden was dit slechts 5 %.  Vis telen kan een stuk van de oplossing zijn. Uiteraard moet deze teelt duurzaam gebeuren, niet alleen op ecologisch en sociaal vlak, maar ook op economisch vlak. Ook voormalig eurocommissaris Joe Borg maakte in zijn speech van 23 juni 2009 duidelijk dat er moet geïnvesteerd worden in de ontwikkeling van aquacultuur.

Of aquacultuur in Vlaanderen kansen heeft, is op vandaag nog niet helemaal uitgeklaard. De toegang tot zout water is niet zo groot en de kust kent reeds vele gebruikers. Ook zoetwater van hoge kwaliteit is in belangrijke delen van West-Vlaanderen schaars. De open ruimte is beperkt en ons klimaat is wisselvallig. Ons aanvoelen is dan ook dat aquacultuur in Vlaanderen kansrijk kan zijn als intensieve teelt in gesloten recirculatiesystemen. Dit betekent een minimum aan energie- en waterverbruik, een volledig gecontroleerd kweekmilieu, geen interferentie met het natuurlijk milieu en maximale opbrengsten per volume water.  Zoals we weten uit andere sectoren, gaat intensieve teelt gepaard met grote investeringen, nood aan specifieke kennis en bijzondere aandacht voor duurzaamheid.



Naar aanleiding van deze evoluties, bouwt het Provinciaal Onderzoeks- en Voorlichtingscentrum voor Land- en Tuinbouw (POVLT) te Rumbeke-Beitem aan een praktijkcentrum aquacultuur.  Sinds 15 februari 2008 is dierenarts Stefan Teerlinck aangenomen voor de coördinatie van de bouwwerken. Gelijktijdig geeft Stefan voorlichting aan mensen met vragen rond aquacultuur. Het is mogelijk het centrum te bezoeken, zowel in groep als individueel. U kunt er van dichtbij de techniek van gesloten recirculatiesystemen bekijken en vanaf 15 april 2010 zijn - met de komst van de snoekbaars - de eerste kweeksystemen in het centrum ook effectief operationeel.
 
Het praktijkcentrum zelf

Het Praktijkcentrum Aquacultuur is ondergebracht in een gedeelte van een oude varkensselectiemesterij.  Het gebouw werd grondig gerenoveerd en heringedeeld.  De quarantaine (120m²) en de onderzoeks- en uitgroeiruimte (330m²) vormen de kern van het praktijkcentrum: bij aankomst verblijven de vissen eerst in de quarantaine ruimte; nadat ze gezond verklaard zijn, zetten ze hun verblijf verder in de onderzoeks- en uitgroeiruimte.
 
Het kweeksysteem waarin de vissen zwemmen is een gesloten recirculatiesysteem. In zo’n recirculatiesysteem wordt het water van de visbassins in een lus continue over een filter geleid; daar wordt het ontdaan van alle zwevend vuil en de opgeloste afvalstoffen (ammonium en ammoniak).  Door deze zuiverende werking blijft het water langer van goede kwaliteit voor de vis met een laag waterverbruik als gevolg.

Bijzonder aan dit praktijkcentrum in vergelijking met een klassieke viskwekerij is dat het niet over één of twee grote recirculatiesystemen beschikt maar over maar liefst 8 kleinere, volledig van elkaar gescheiden, recirculatie-units. Dit laat ons toe het kweekmilieu van verschillende partijen vis in het onderzoek strikt gescheiden te houden.  Er zijn 3 recirculatie-units in de quarantaine, 4 voor onderzoek en 1 groter voor de uitgroei tot hogere gewichtsklassen. 

De infrastructuur werd gerealiseerd in het kader van een FIOV- en EVF- project, gefinancierd door de provincie West-Vlaanderen, de Vlaamse Overheid en de Europese Unie.

De snoekbaars

Het praktijkcentrum zal zich de eerste jaren voornamelijk toeleggen op snoekbaars (Sander lucioperca).  Snoekbaars staat gekend als een van de lekkerste, zo niet de lekkerste, zoetwatervis die in onze wateren te vangen is. Hij wordt dan ook dikwijls meegenomen door de visser om thuis te bereiden. Ook verscheidene restaurants kennen de vis en hebben hem steevast op de menukaart staan. Snoekbaars kan een toekomst  hebben als lokaal aquacultuurproduct voor de Vlaamse en bij uitbreiding West-Europese markt. Snoekbaars profileert zich hierbij als een nicheproduct met hoge toegevoegde waarde. 

De snoekbaars wordt in wetenschappelijke instellingen gereproduceerd en opgekweekt. De afgelopen jaren startten ook een beperkt aantal kwekers met de teelt. Door de teelt teelttechnisch op punt te zetten, kan de rendabiliteit nog in belangrijke mate geoptimaliseerd worden. Hier situeert zich de opdracht van het Praktijkcentrum Aquacultuur. 

AquaVlan

Met de aankomst van de snoekbaars gaat ook het praktijkgericht onderzoek naar voeding, waterparameters, rendabiliteit,… in de snoekbaarsproductie van start.
Dit wordt uitgevoerd binnen het Interreg IVa project AQUA-VLAN. In dit project werken we samen met UGent, K.U.Leuven, Katholieke Hogeschool St.-Lieven te Sint-Niklaas en het Proefcentrum voor de Groententeelt te Kruishoutem (PCG) aan Vlaamse zijde en IMARES (Wageningen Universiteit) aan Nederlandse zijde. Het project focust niet uitsluitend op snoekbaars: kwabaal, gestreepte baars, omegabaars en jellowtail kingfish zijn eveneens onderwerp van onderzoek. Er wordt bovendien niet alleen gefocust op de vissoorten, maar ook op de teeltsystemen waarbij men bv. werkt aan een optimale integratie van visteelt en glastuinbouw.
 
Op 15 april 2010 worden een 700 tal jonge snoekbaarsjes met een speciale transportbak van Horst, Nederland, naar Roeselare getransporteerd (250 km).  Hier worden ze in de quarantaine van het Praktijkcentrum Aquacultuur ondergebracht.  De vissen worden op 15 april verwacht in de Ieperseweg 87, 8800 Roeselare.  Er is een persconferentie met gedeputeerde Bart Naeyaert voorzien om 13:45 uur.  De vissen worden om 14:00 te water gelaten, gevolgd door een korte rondleiding in het centrum met mogelijkheid tot vragen stellen en/of interviews.  Indien u zich verder wilt informeren over dit gebeuren, of aquacultuur algemeen, kunt u contact opnemen met Stefan Teerlinck (Tel. 051 27 33 89 of stefan.teerlinck@west-vlaanderen.be).




      Schematisch overzicht van sluis, quarantaine, onderzoeks- en uitgroeiruimte.

  
Print deze pagina